Column De Bellenesskliniek III
door MaelLeiff schrok wakker. Iemand had op de stopbel geduwd. Hij keek rond hem en zag het oud vrouwtje van daarnet zich klaarmaken om van de bus te stappen. Hij keek terug uit het raam en zag dat de halte waar het vrouwtje afmoest slechts één halte verwijderd was van de halte waar hij af moest stappen. Dit was zijn kans!
Hij stond recht en nam zijn aktetas tussen zijn benen terwijl hij zich vasthield tot de bus volledig gestopt was. Hoewel hij vlak bij de deur in het midden van de bus stond, wachtte hij tot het oude vrouwtje aan de deur was. Hij lachte vriendelijk naar haar en deed teken dat ze eerst van de bus mocht. Het oude vrouwtje straalde van geluk.
Nu zag Leiff zijn kans vrij: de buschauffeur was is discussie geraakt met een dikke negerin wier abonnement al een week vervallen bleek te zijn, het blonde meisje achteraan was lustig aan het tokkelen op haar GSM en de hippie met zijn lang haar en wazige blik raakte blijkbaar niet wijs uit de knoop in zijn schoenveter.
Leiff tikte lichtjes tegen de achterste voet van het vrouwtje die net het trapje afging, net hard genoeg om haar ene voet achter de andere te laten haken, en daar ging ze. Was het dat nu? vroeg Leiff zich af. Een beetje een anticlimax, vond hij.
“Oma! Oma, ben je in orde?”
Een aantrekkelijk jong meisje van ongeveer twintig jaar, met kastanjebruin haar en ongelofelijk lange benen liep op het oude vrouwtje af en hurkte naast haar neer.
Leif begon net te denken dat ze misschien buiten westen was, of misschien zelfs dood, toen het oude vrouwtje haar hoofd optilde en zachtjes uitbracht: “Annelies? Ben jij dat?”
Leiff keek wat aangedaan rond. De buschauffeur had blijkbaar door dat er iets aan de hand was en probeerde te bellen naar de hulpdiensten terwijl de dikke negerin, bijna hysterisch nu, nog steed met het abonnement rondzwaaide en dreigde voodoo op de chauffeur te gebruiken. Het blonde meisje had even ongeïnteresseerd uit het raam gekeken, maar was al terug bezig met haar GSM. De hippie die nog altijd bezig was met zijn schoenveter had blijkbaar de kans gezien om met zijn haar in de veter verstrikt te raken en was nu geduldig bezig om alles uit de knoop te halen.
Hij draaide zich terug naar het vrouwtje en Annelies. Er liep een traan over het meisje haar wang terwijl ze haar oma recht probeerde te helpen.
Nu pas besefte Leiff wat hij had gedaan. Hij sprong van de bus en hielp het .
“Het is in orde, ik ben dokter,” zei hij, niet geheel zonder trots. Het meisje keek hem eerst wat wantrouwig aan, maar zag de glimlach op Leiffs gezicht en was gerustgesteld. Trouwens, een dokter! Wie weet wat er nog van zou kunnen komen… Het meisje glimlachte dankbaar terug. Het is in de saccoche, dacht Leiff bij zichzelf. Overmorgen ligt ze bij mij in bed.
Alles in dit stuk is fictief. Elke gelijkenis met bestaande personen, plaatsen of gebeurtenissen is puur toevallig.